Michael Lewis over schrijven

Door Michiel Berger

Een interview met de schrijver Michael Lewis, die je wellicht kent van Moneyball, Flash Boys, The Big Short, en meest recent The Fifth Risk. Ik zal bij deze eer doen aan de term kladblok voor deze verhalen; wat viel mij op aan zijn verhaal.

Begin je voor een boek met een idee of met een persoon? Meestal met een idee, zoals 'arme honkbalploeg verslaat de rijken met slim systeem'. Het is alleen wel altijd zo dat je een persoon, een karakter nodig hebt om het verhaal via te vertellen. In zijn nieuwste boek (nog niet uit, "I still need to write 10,000 words") the Premonition ging hij voor het eerst wél uit van een karakter, namelijk een aantal mensen die de crisis rondom een aanstaande pandemie zagen aankomen. 

Wat maakt een karakter goed? Obsessie. "I love people who are obsessed", zei Lewis. Hun interesse in een onderwerp neemt de lezers mee. Hoe meer obsessie, hoe beter dat meenemen lukt. Ook moeten er verhaal elementen inzitten zoals verandering (karakters die klimmen of vallen), of hun relatie tot de buitenwereld verandert. De beste karakters zijn degene die niet weten dat ze zo'n bijzonder karakter zijn, maar dat hun omgeving dat wel weet. 

Hoe zorg je dat je niet in een vakje wordt geduwd als schrijver? Na een succes wil men dat je hetzelfde gaat doen, terwijl de reden dat je succes had juist het feit was dat je iets nieuws deed. Lewis begon toevallig in de financiële wereld (waardoor hij die wereld nu heel goed kent en zaken automatisch en onbewust met het daar aangeleerde 'markt' en 'risico' perspectief bekijkt), maar als hij in de haven zijn eerste baantje had gehad was daar zijn eerste boek over gegaan. Als je 24 bent moet je wat gaan doen, en daar over schrijven, is zijn les.

Een andere levensles komt later in het interview, en is volgens mij de belangrijkste. Lewis schrijft over waar hij nieuwsgierig over is. En je kan niet zelf beheersen wat je interessant vindt. Dat is nou eenmaal zoals het is. Zijn uitgever zei eens: Je hebt het geluk dat je geïnteresseerd bent in dingen waar veel andere mensen ook geïnteresseerd zijn. En hoewel Lewis in Californië woont heeft hij bijvoorbeeld geen enkele behoefte om te gaan schrijven over Silicon Valley, 'Ik geef niet om tech grootheden als Mark Zuckerberg, dus laat iemand anders maar daar over schrijven'. 

Onlangs hoorde ik Malcolm Gladwell iets soortgelijks zeggen. Volg je interesse, duik er in, en schrijf er over. Zo simpel is het. 

Ok, naast van Harari ben ik ook fan van Lewis. Nu weet je het.


We Are As Gods

Door Jesse Burkunk

"We zijn als goden en kunnen er net zo goed goed in worden"

Tijdens deze SXSW was de premiere van We Are As Gods, een schitterende documentaire over Stewart Brand, een bijzonder figuur die sinds de jaren 60 een niet te onderschatten rol heeft gespeeld in het ontstaan van de Amerikaanse tech cultuur.

Dat de countercultuur van de jaren 60 een belangrijke oorsprong is geweest voor wat we nu kennen als Silicon Valley is voor de meesten niet nieuw. De hippies die prostereerden tegen de vastgeroeste Amerikaanse normen en waarden en experimenteerden met hallucinogene middelen en muziek creëerden een vruchtbare bodem voor een cultuur waar niet de overheid of industrie bepalend is voor levensinvulling en geluk maar het eigen initiatief en experimenteerdrang. 

Een van de bekende uitvloeisels was de Homebrew Computer Club, een groepje nerds die ontdekten dat het mogelijk was om zelf computers te ontwerpen en ontwikkelen. De basis van wat later zou uitgroeien tot Apple.

Precies tussen de LSD slikkende merry pranksters en de Homebrew Computer Club in was een interessant fenomeen ontstaan: de whole earth catalog. Een tijdschrift gericht op het toegankelijk maken van technologie en tools om mensen in staat te stellen zelf in levensonderhoud te voorzien, huizen te bouwen, te tuinieren en kleding te maken.

Het tijdschrift was op zichzelf niet meer dan een verzameling reviews van producten en bijbehorende adressen en prijslijsten. De noodzaak en relevantie van zoiets lijkt in onze tijd van informatieovervloed onvoorstelbaar. In die tijd zorgde de catalogus en directe toegang tot middelen en gereedschap dat mensen minder afhankelijk werden van instituten als universiteiten, winkels, business en de kerk. Er ontstond een leefstijl waar DIY, creativiteit en onafhankelijkheid centraal staan. De tekst ‘Stay Hungry, Stay Foolish’ op de achterflap van de laatste editie zal de meesten bekend in de oren klinken.

Een van de drijvende krachten achter de Whole Earth Catalog was Stewart Brand, een denker, schrijver, psychonaut, futurist en uitgever. In de documentaire ‘We Are As Gods’ wordt zijn leven en werk in detail belicht. Zijn leven en daarmee ook de documentaire zijn een bijzondere aaneenschakelijk van inzichten, ontmoetingen en visies die nog steeds doorleven in de wereld die we nu ervaren. 

Een boeiend motief dat door de documentaire heen loopt is zijn huidige missie om samen met wetenschappers de mammoet terug te brengen. Het idee is dat mammoeten door hun gestamp het ontsnappen van methaangassen in de poolcirkel tegen kunnen gaan. Een onvoorstelbaar idee dat toch ergens hout lijkt te snijden. Het zegt veel over wie Steward Brant is en hoe hij visie en ongeremd optimisme combineert met vertrouwen in technologie en ontwikkelkracht van mens.

Een documentaire die dus ook uitstekend past op SXSW, een festival dat staat voor een hallucinant overweldigende combinatie van kunst, cultuur en technologie.

Oh ja, de soundstrack is van Brian Eno die zelf ook nog een aantal keer in beeld komt.

Mocht je ‘m ergens kunnen zien. Doen!

https://www.weareasgods.film/


Synths

Door Jesse Burkunk

Bij het woord synths moet ik meteen denken aan synthesizers maar dat was niet wat Amy Webb bedoelde in haar jaarlijkse talk ‘Emerging Tech Trends’. Elk jaar geeft Amy Webb een overzicht van signalen, trends en scenario's op basis van opkomende technologische ontwikkelingen. 

Haar talk zat ook dit jaar vol met smart producten zoals een toilet dat een reguliere check door een arts kan vervangen, een prullenbak met scanner om je consumptie te monitoren en een kraan die precies doseert wat je nodig hebt. Interessant en relevant maar weinig spectaculair en dat is toch waar ik een beetje naar op zoek ben tijdens SXSW. 

Wat mij wel direct de oren deed spitsen was de term ‘synthetic media’ en ‘synths’. Met synthetic media wordt media bedoeld die met behulp van AI is gecreëerd, met synths worden virtuele avatars bedoeld die op dezelfde manier tot stand zijn gekomen. Soms zijn het op zichzelf staande karakters en soms zijn het digitale extensies van bestaande personen. Het idee is dat als je voldoende data hebt (audio, beweging etc.) je in staat moet zijn om een redelijk realische ‘synth’ te genereren waarbij de blind spots worden ingevuld door AI. 

Inmiddels schieten diensten rondom synths als paddestoelen uit de grond. Denk aan marketplaces waar je gesynthetiseerde avatars kan kopen die je bijvoorbeeld kan inzetten als presentator, verkoper, helpdeskmedewerker of stemacteur. Het doel hiervan kan zijn om kosten voor een acteur en filmcrew te besparen. Het lijkt alsof we de ‘uncanny vally’ ruimschoots gepasseerd zijn.

Webb gaat verder met gesynthetiseerde kledingstukken die je kan gebruiken om jezelf virtueel te upgraden. Hierbij wordt de scheiding tussen realiteit en de metaverse nog weer wat dunner. 



Misschien vond ik de ontwikkeling op zichzelf niet heel nieuw, ik wist van het bestaan. Maar door het een naam te geven en te praten over synthese als een mogelijkheid in representatie van jezelf of je organisatie online dat zette mij aan het denken.

Ik werd ook meteen getriggered om dit te linken aan vtubers, een interessante ontwikkeling rondom virtuele proxies van bestaande personen die we steeds meer zien op streaming diensten. Lang verhaal, maar duik hier maar eens in: 

https://kotaku.com/codemiko-is-the-future-of-streaming-unless-twitch-bans-1846349881

China = anders plus babbelende baasjes

Door Michiel Buitelaar

Mijn tweede bijdrage, ik loop in alle opzichten achter. Ik ervaar zoeken en plannen als een worsteling, in online SXSW, ik heb niet voldoende tijd vrij gemaakt, en er zijn afleidingen zoals verkiezingen. Ik schrijf te weinig. Ik zit niet in een cadans. Misschien moet ik iets doen met klankschalen, geurtherapie en een wichelroede, om mijn balans te hervinden. Enfin. Ik haal nog niet het onderste uit de SXSW kan. Ik heb veel baat bij de verslagen die rond vliegen: driewerf hulde!

Voor ik over China begin: jk heb drie babbel sessies beluisterd (terwijl ik stond te koken, dat is prettig). Eén was met oud-president George Bush jr, die een prettige aardige man geworden lijkt te zijn. Zijn de verkiezingen ginder gestolen? Nee, was-ie helder over. Een ander gesprek was met Michael Lewis, onder andere van The Big Short. Leuke scherpe man. Tenslotte was er de sessie How to not let the 2020 crises go to waste, een vraaggesprek met Ahmed Aboutaleb. Ja die, van Roffa (zoals zelfs mijn keurige Kralingse dochters zeggen in straattaal). Ik vind die man goed, maar dit gesprek was erg lief, mij te veel een reclamespot voor stad en man. Ik zou graag eens van een niet-Nederlander horen hoe zo’n gesprek overkomt. De sessie werd ingeleid met mooie beelden van de Rotterdamse skyline zoals die is voortgekomen uit de gründliche stedelijke herstructurering in mei 1940. 

China dan, de sessie Behind China’s great firewall: tech, culture and UX door Jessica Shen. Ik – lui – verwijs naar het verslag van Iskander Smit (door Posthaven gestuurd, circa drie uur terug) waar ik weinig aan toe te voegen heb. Nou, een paar dingen dan.

Ik denk: men kijkt te veel naar de USA, naar Silicon Valley, als het om digitale ontwikkelingen gaat. Bijvoorbeeld, in vele opzichten is WeChat interessanter dan Facebook (incl WhatsApp, Instagram). Mijn confirmation bias werd bevredigd in deze sessie: het digitale Chinese universum is écht anders. Dat komt niet alleen door het ontbreken van Google en Facebook, het is ook cultureel bepaald. Iskander wijst op Shens betoog over high & low context – een bijna McLuhanesk concept, erg fijn – en hoe dat tot designs kan leiden die een westerling als ‘cluttered and chaotic’ ervaart. Dit was voor mij een bevestiging omdat ik recent https://www.theguardian.com/us-news/2021/mar/10/donald-trump-buddha-statue-china-taobao heb geprobeerd te kopen maar kansloos rondgedoold heb in Chinese cyberspace. Taal en UX hebben mij krakend tot stilstand gebracht. Daarom heb ik geen Trump-Buddha bij mijn zwembad staan….

Iets recents, waar Shen aan tipte: in China wordt tracking meer als nuttig en minder als intrusie gezien dan in het Westen (pas op, ‘China’ en ‘Westen’ zijn grote generalisaties waar ik zelf niet zo in geloof). Wat er nu aan het gebeuren lijkt: de China Advertising Association werkt aan CAID, een vervanger van het huidige IDFA, dat Apple van plan is uit te zetten. Ik zeg het nu veel te simpel, men leze de details elders. Dat kan tot een boeiend conflict leiden: dat CAID is in strijd met de principes die Apple belijdt, en waarmee het Facebook pijnigt. De Financial Times zei daar deze week over: dan zou Apple talloze Chinese apps – die dat CAID gaan gebruiken om iPhones te tracken – uit moeten zetten. Nou, laten we eens zien wat er gebeurt. Een botsing van culturen en machtige partijen. NB ik ben een scepticus van het opgeklopte techno conflict met China dat onder andere uitmondt in de boycot van Huawei: Huawei heeft de Europese en Amerikaanse tech giganten gewoon verslagen op hun eigen terrein, dat hele spionage verhaal geloof ik niet. Shen had het trouwens ook over publiek-private samenwerking in China, daar zijn talloze aansprekende voorbeelden van die ons zouden kunnen inspireren (hier spreekt een cryptoneoliberaal in ruste…).

Om het ingewikkelder te maken: ‘ons’ beeld van ‘het Oosten’ is complex en soms raar of gewoon fout. Ik wijs op Denkers als Edward Saïd (‘orientalism’) en Frits Staal die hier diepe dingen over geschreven hebben.

Shen en Iskander observeerden over copycats. Zij liet zien dat Westerse tech bedrijven nu dingen kopiëren van Chinese bedrijven (online retail concepten bijvoorbeeld). Dat lijkt me goed, ik zou zelfs hopen – en: verwachten – dat dat meer gaat gebeuren. Er valt veel moois te halen daar, maar het is niet makkelijk te vinden. In de Grumpy Old Men uitzending gisteren vroeg Erwin Blom of er sites zijn waar ‘Chinese online ervaringen en inzichten’ te vinden zijn. Goede vraag! Geen idee? Iemand?

Er was meer. Ik vond het boeiend. De manier van presenteren, haar visualisatie was sterk, een aanrader. Je ziet hoe sommige mensen de online video kosmos goed gebruiken, en anderen niet. Jessica Shen deed dat heel instrumenteel, prettig en effectief.

Ik zit nu te luisteren naar de rerun van het gesprek met Pete Buttigieg. Koffie, geen gin & tonic.

Hoe versmelten de Chinese en westerse kijk op design in het tijdperk na HCD?

Door Iskander Smit

Vandaag had ik weer te weinig tijd voor SXSW, maar het lukte toch om een paar presentaties te zien. Met een half oog zoals die van Pete Buttigieg (transportminister, hij pleit voor een omdraaien van auto naar mens, “the roads should be on a diet”, minder asfalt), en design legend Bruce Mau (put life, not humans at the center).

In avond (nacht) nog twee presentaties van eerder in de week teruggekeken. Na het noemen van 'grumpy old man' Michiel Buitelaar (zie video) keek ik naar een presentatie over tech, culture, and UX in China, een solo presentatie van Jessica Shen (jessicashen.com). Een Amerikaanse met Chinese roots die een jaar in Shanghai werkte. Ze geeft een mooi inzicht in de verschillen tussen de Amerikaanse (westerse) en Chinese design-cultuur, gerelateerd aan de maatschappelijke verschillen. Het is niet per se nieuw, ik ken de super-apps, maar is echter wel mooi als context van mijn eigen ervaringen met Chinese afstudeerders die ik begeleid op de TU Delft. 

Ze vertelt het verhaal in drie elementen die verschillen: Mindset, Value, en Perception.


In de mindset gaat het over collectivist (vs individualism hier). Je bent deel van het collectief, en dat geldt ook in relatie tot een bedrijf. En tot de overheid, de afweging tussen surveillance en safety. Maar ook het gevolg dat mensen zich gedeisd houden, niet willen opvallen. 

De value gaat over application, het toepasbaar maken als onderdeel van een bestaand systeem. All-in-one-functionality is daarin uitgangspunt. Dat komt niet alleen terug in de super-apps, maar ook in het brede aanbod ban bv Xiaomi die elk connected product dat je kunt bedenken aanbiedt en ook koppelt. 
En de snelheid waarmee mensen zich aanpassen aan veranderingen, zoals bijv Covid. 

Het derde element is perception met als onderscheidend karakter de focus op de high context. Iets wat zich vertaalt naar het letterlijk het direct plaatsen in de context, geen hiërarchisch meenemen stap voor stap, maar direct alles tonen. Ze karakteriseert het met het benoemen dat “white space is wasted space”, maar het is ook vooral interessant hoe ze beschrijft dat een Chinese gebruiker van Google niet naar de search box zal zoeken, maar eerst de context eromheen afgraast.

Het was goed verteld met aansprekende voorbeelden. Ze eindigt met een blik in de toekomst. Dingen zijn aan het veranderen. Er wordt wel degelijk naar het westen gekeken, maar ze willen af van het copycat-idee. UX als discipline is relatief nieuw. In het grote plan Made in China 2025 gaan ze naar een hoger tech level, is het idee. Autonomous driving, smart city, computer vision etc, zijn allemaal gekoppeld aan bedrijven om ontwikkeling op te maken. 
Ze ziet daarbij dat China inmiddels ook andersom een inspiratie wordt. Het blijft wel duidelijk dat er verschillen zijn en blijven. 

Een tweede presentatie die ik zag was van Jess Holbrook, PAIR lead bij Google. PAIR staat voor People+AI Research. https://pair.withgoogle.com
Zijn claim is dat HCD (Human Centered Design) goed is geweest voor het verschuiven van de focus van dingen en technologie naar mensen. Maar dat er nu ook wat mist, dat er ook problemen zijn ontstaan door focus op frictionless (ontkoppeling van realiteit), aestetics verbloemen de waarde en de focus op conflict in de aandachtsmaatschappij.
Het moet meer gaan om systems. En systems of systems. Hoe ontwerp je optimaal voor systeemverandering?


Het is het eerste principe van het drieluik dat ook hij gebruikt als presentatie framework. De andere zijn lateraal ipv lineair denken (inclusief Heidegger referentie) en het combineren van fact en fiction. Ze gebruiken “pocket futures”, een ander frame voor speculative design. Hij pleit ervoor om red teams te introduceren die de negatieve consequenties van je designwerk onderzoeken (als je daar het budget voor hebt). De Black Mirror referentie wordt genoemd.
Een interessant project is simulating intelligence dat ze hebben opgezet, en de teaching machine. Die heb ik eerder voorbij zien komen. https://design.google/library/simulating-intelligence/

Het is een alles bij elkaar een strak verhaal met idem slides. Maar ik miste wel een beetje de conclusies, ik had gehoopt op meer inzichten wat dat betekent voor de relatie People+AI zoals ze dat zien bij Google. Om nog een keer een referentie te maken naar het onderzoek bij TU Delft: ook daar is het besef dat er een volgende stap is. Leidraad is dat we niet meer voor functionaliteit ontwerpen maar voor ‘agency’ (woord dat ik altijd lastig vindt om te vertalen; zeggenschap?). Maar goed, dat is ook heel pril (https://www.dcode-network.eu), dus volgend jaar wellicht meer?

Het is wel interessant de twee verhalen te vergelijken. Is het verhaal van Jess een weergave van de westerse benadering van design en hoe zou zich dat vertalen naar de culturele verschillen genoemd door Jessica. Het is te kort door de bocht om te zeggen dat de system-focus te verbinden is met high context en collectivism met lateral thinking. Zijn fact en fiction het toepassen van de Made for 2025 in praktijk gebracht? Het is inderdaad te simpel, maar het voelt wel dat er wederzijds van de culturele insteek geleerd kan worden…